Facebook page tabs, nuttig of niet?

facebooktabgroot4blogOnlangs maakte ik een facebook page tab aan. Dat bleek eenvoudiger dan ik had gedacht. Feitelijk is het niets anders dan facebook een i-frame met je eigen content laten tonen binnen de layout van facebook. Tabs vind je bovenaan op de (fan)page standaard staan daar al de tabs “foto’s” en “vind ik leuks”. Voor zo ver ik kon nagaan werkt dit alleen op (fan)page en niet op de facebookpagina zelf.

Wat is het nut van zo’n tab? Mensen hoeven Facebook niet te verlaten, om zich bijvoorbeeld in te schrijven op je nieuwsbrief. Ook kun je via een tab producten verkopen of bijvoorbeeld je updates van Pinterest tonen.

Een goed voorbeeld dat ik tegen kwam is de mogelijkheid om een gratis e-book te downloaden. Op deze manier komt het al dicht in de buurt van de post die ik eerder schreef: Wie heeft er straks nog een website? (2009).

Na die eerste experimentele facebook page tab kreeg ik er opnieuw mee te maken voor de website webvrouw.nl. Deze website heeft een webshop de gebouwd is met Woocommerce. Ik kwam een plugin voor Woocommerce tegen om je webshop te koppelen aan facebook. Langs die weg zijn de producten uit de webshop dus ook via Facebook te bestellen. Meer dan “leuk dat het kan” lijkt het op dit moment nog niet. Het i-frame heeft scollbars wat er niet professioneel uitziet, ook zijn de prijzen niet goed leesbaar. Maar het feit dat het een i-frame is en geen integratie is misschien nog wel het meest teleurstellend. In de eerste plaats ga ik als nog naar de website als ik de winkelwagen bekijk. Andersom is er ook geen interactie met de functies van Facebook zelf, zo kan ik producten niet liken of delen.

facebook page tab webshop webvrouw.nl

facebook tabs webvrouwHet opzetten van een Facebook page tab is dus redelijk eenvoudig. Om een tab goed te laten functioneren is het wel noodzakelijk dat de content die je in het i-frame laadt ook beschikbaar is via https (ssl). Of een tab succesvol is hangt eigenlijk af van de conversie van de tab, m.a.w. hoeveel mensen die je (fan)page bezoeken, bezoeken vervolgens ook de tab. De gebruikte afbeelding van de tab zal mogelijk mede bepalend zijn in die conversie. Qua conversie heb je zelf ook nog invloed op de volgorde waarin de tabs worden weergegeven: Selling Tip: How to Change the Order of Your Facebook Page Tabs.

Behalve de conversie van fanpage naar tab (en vervolgens actie) is het ook belang inzicht te krijgen in de overlap en verschillen tussen de bezoekers van je website en je Facebookpagina. Bij een grote overlap zal de toegevoegde waarde van je tab kleiner zijn.

Tot slot is misschien nog een interessante benadering om te kijken naar de route de andere kant op. Ria Kaashoek van het eerder genoemde gratis e-book. Gebruikt de link naar haar tab in de promotie via bijvoorbeeld twitter. Behalve de direct conversie van tweets naar downloads, heb je in dit geval ook een conversie van de tab naar de fanpage. Uitgangspunt is dan een centrale rol van de facebook page i.p.v. een website.
Voorbeeld facebook page tab

Waarom krijgt Damiaan Reijnaers geen straf?

In de week dat het land verdeeld wordt in twee kampen door “Johannes” die strandt (en sterft op een zandbank) vallen andere berichten minder op. Behalve over het zoveelste treurige schietincident op een Amerikaanse school konden we ook lezen hoe Damiaan Reijnaers tienduizenden mensen voor schut zette.

Het artikel geschreven door @elger laat nog maar eens zien hoe ‘dom’ de mensen zijn en hoe ‘slim’ de 17e jarige Damiaan. Damiaan lokt deze mensen in de val en maakt misbruik van hun twitteraccount. Je kan natuurlijk de kant van Damiaan kiezen en ‘lachend’ zeggen, allemaal beter opletten. Is deze actie onschuldig? Damiaan zet op deze manier tienduizenden mensen voor schut, erg aardig is dat niet. De actie brengt twitter schade toe en ook de bedrijven die wel een serieuze applicatie ontwikkelen met de gegevens die via twitter beschikbaar zijn.

@elger heeft in zijn artikel slechts aandacht voor Damiaan. Geen ruimte voor de getroffen twitteraars, geen reactie van twitter en geen reactie van een applicatie-ontwikkelaar. Een algemene tendens hackers en misleiders laten zien dat het ‘onveilig’ is, die moet je een baan geven of een stageplaats zoals @Lydia2u voorstelt. Inbrekers maken we dan preventiemedewerker bij de politie en moordenaars geven we een leuke functie in het leger.

Belangrijk in deze discussie is misschien wel wie heeft de rechten (copyrights) over alle berichten die we dagelijks plaatsen op de verschillende social media. Twitter vindt blijkbaar dat deze data niet alleen van hen is. De data zou ook achter gesloten deuren verkocht of gebruikt kunnen worden. Twitter kiest er daarentegen voor de data voor iedereen beschikbaar te stellen. Ontwikkelaars kunnen daarmee leuke innovatieve toepassingen bouwen. En via het gebruikte model kun jij nog steeds invloed uitoefenen of jouw data ook gebruikt mag worden.

En natuurlijk laat Damiaan ook wel iets zien via zijn actie. Zonder handhaving, dan wel toetsing van de applicaties aan de voorwaarden en wetgeving kunnen kwaadwillende inderdaad invloed uitoefenen. Het model van twitter biedt nu inderdaad de mogelijkheid om accounts te verzamelen en op een bepaald moment berichten te verzenden die afkomstig lijken van iemand anders. Langs die weg zou ook een persoon of groepering een #ProjectX op gang kunnen brengen. Zoals ook daar geschreven staat:

“Een beetje socioloog weet dat jongeren de sociale media net zo betrouwbaar vinden als de traditionele”

.

Damiaan is geen ‘slimme’ programmeur die een ‘lek’ aantoont in de beveiliging van het gebruikte systeem. Damiaan is een misleider, die ten koste van tienduizenden mensen grappig wil zijn. Misschien wil / kan iemand van die getroffen twitteraars alsnog aangifte doen? Niet perse om Damiaan te straffen, maar om eens te toetsen of onze wetgeving ons kan beschermen tegen een dergelijke vorm van misbruik.

Damiaan heeft vast de algemene voorwaarden van Twitter geaccepteerd. Mocht hij op grond daarvan dergelijke berichtjes sturen? Had de eindgebruiker hem daarvoor toestemming gegeven? En hoe kunnen we dergelijke voorwaarden dan vervolgens handhaven?

Google+, foto’s bij de zoekresultaten beter uitgelegd

Vandaag probeerde ik kort uit te leggen, waarom het zinvol is een google+ pagina aan te maken, als je een website hebt of online publiceert. Google gebruikt de profielfoto van Google+ in de zoekresultaten. Google plaatst jouw foto dus naast de artikelen die jij geschreven hebt in de zoekresultaten. Behalve een lange termijn effect is er ook een direct effect. Je artikel / link valt in de zoekresultaten meer op als er een foto bij staat. Hoe meer je opvalt, hoe meer kliks je krijgt. Deze techniek heet Google Authorship.

De lange termijn effecten beschreef ik eerder al in Personal branding en Google+.

Nu denk je vast beter uitgelegd? Ik snap het nog steeds niet helemaal. Die betere uitleg komt in dit geval dan ook niet van mij, maar van Luuk. Luuk maakte en heldere en duidelijk video (quicktip) over dit onderwerp: Quicktip 2: Je profielplaatje in de google zoekresultaten. Dat was duidelijk of niet?
Uiteraard heb je ook alle comments bij deze video gelezen? Uit de comments valt op te maken, dat het tonen van een link naar je Google+ pagina middels een ‘hidden’ link niet de juiste weg is. Zelfs al volg je met het plaatsen van een dergelijke link in grote lijnen de wens van Google, Google houdt niet van verborgen content. Andere zoekmachines trouwens ook niet.

Om toch naar je Google+ profiel te linken heb je twee mogelijkheden. In de eerst plaats kun je natuurlijk de link wel zichtbaar maken. De zichtbare link hoef dan natuurlijk niet noodzakelijkerwijs onderaan de pagina geplaatst te worden. De tweede mogelijkheid is de link te plaatsen in een meta-tag. Ook dit vraag misschien om wat extra uitleg. In de header van elke pagina, d.w.z. ergens tussen de <head> en </head> tags plaats je de volgende regel:

<link rel="author" href="https://plus.google.com/116797701827736533225/posts" />

Waarbij je uiteraard de link vervangt door een link naar je eigen profiel. Hoe je de juiste link kunt vinden kon je zien in de eerder genoemde video.

Personal branding en Google+

Vandaag reageerde ik op een interessant gastblog over gastbloggen van @slagter. (Gast)bloggen past natuurlijk uitstekend bij personal branding. Personal branding is het zichtbaar maken van je naam en kennis, of misschien beter gezegd het koppelen daarvan. Bij het stukje over gastbloggen moest ik ook meteen weer denken aan de blog, die ik eerder schreef over Google authorship.
Of je wilt of niet Google+ is en wordt belangrijk in het kader van personal branding. Voor organisaties en websites is dat ook belangrijk omdat de som van de branding van medewerkers, gastbloggers en andere contentschrijvers, weer een bijdrage zal leveren aan de totale branding.

Je Google+ pagina vormt op dit moment een belangrijk onderdeel van je persoonlijke online zichtbaarheid. Het koppelt je content niet alleen aan je Google+ pagina, maar indirect ook aan andere sociale netwerken. Dergelijke koppelingen zullen de komende tijd alleen maar complexer worden. Niet alleen Google, maar ook andere bedrijven willen weten wie jij bent. Door een koppeling te maken met alles wat jij publiceert kan bijvoorbeeld Linkedin bepalen of jouw profiel wel overeenstemt met je tweets. Zoals twitter ook zelf al zegt: “Think before Tweeting“. (en dat geldt niet alleen voor kinderen!)

Met Google als meest gebruikte zoekmachine, is je Google+ pagina dus voorlopig een belangrijke verbinding in je online zichtbaarheid. Wie positief  gevonden wil blijven worden en zijn kennis online zichtbaar wil maken, zal dus ook de nodige aandacht aan zijn Google+ pagina moeten schenken. Belangrijk daarin zijn op dit moment volgens mij:

  • Actualiteit; plaats regelmatig een update
  • Koppeling van content; Google Authorship
  • Consistentie; zorg dat je profiel inhoudelijk in overeenstemming is met je andere profielen
  • Het opbouwen van een netwerk (volgers, circles)

Op de langere termijn is het goed om na te denken over je doelgroep en het gebruik. Wie volgt jou op Google+, wat verwachten zij daar van jou en hoe gebruiken zijn Google+ zelf. Pas als je dat goed in kaart hebt gebracht kun je beter bepalen, wie je zelf zou moeten volgen en welke statussen je (per cirlce) post. Vanuit de huidige situatie zie ik bijvoorbeeld dat er een relatief grote overlap is tussen mijn volgers op Google+ en die op Linkedin. Slechts een gering aantal van die mensen volgt mij ook op twitter. Wat ik tweet, plaats ik daarom ook niet automatisch met de zelfde strekking op Linkedin en visa versa. Zo plaats ik op Linkedin projecten waar ik aan werk en ga ik op twitter meer in op technische details van een project. Herkenbaarheid, zoals bijvoorbeeld overal dezelfde profielfoto gebruiken, vind ik wel belangrijk.

Uiteindelijk verwacht ik dat de “Google’s” zelf de onderliggende koppelingen wel zullen leggen. Als ontwikkelaar is het verder wachten op koppelingen die ook openbaar, bijvoorbeeld via een API beschikbaar zijn. Interessant is bijvoorbeeld om de waarde van een comment te bepalen op basis van wat iemand eerder schreef. Ook dergelijke koppelingen die personen autoriteit op een bepaald gebied verlenen zullen er aan komen.

Onlangs postte ik bijvoorbeeld een comment op http://wpsitebouw.nl/wordpress-plugin-voor-de-cookie-wet/ mijn comment werd daar automatisch gekoppeld aan de blog die ik schreef op Jamedo Websites. In dit geval wordt de koppeling gelegd via CommentLuv. CommentLuv is een plugin voor WordPress. De Plugin koppelt comments aan twitter en keywords. En indirect blijkbaar ook aan Google+.

Geef je product eens weg

Je product promoten door het weg te geven, kan veel aandacht opleveren. Je kunt natuurlijk een prijsvraag uitschrijven of iets anders verzinnen. In het kader van social media zien we vaak dat het  ‘liken’ van een Facebookpagina of het volgen op Twitter beloond wordt.

Rafflecopter.com heeft hier een mooie tool voor gebouwd. Deze social media prijsvraag kan op elke website geplaatst worden. Geef aan wat je wilt weggeven, hoe lang de actie duurt en wat men moet doen. Mogelijke acties zijn volgen op twitter, ‘liken’ (leuk vinden) van de Facebookpagina. Ook het versturen van een tweet (twitterbericht) waarin de actie zelf gepromoot wordt, behoort te de opties. Laatste wakkert het viral effect van de social media natuurlijk lekker aan. Zelf een actie of vraag toevoegen behoort ook tot de mogelijkheden.

Rafflecopter.com is gratis te gebruiken. Grootste nadeel is dat de gehele interface in het Engels is. In verband met de verificatie, zijn sommige acties misschien ook (te) complex geworden. Na het versturen van een tweet, is het de bedoeling dat de URL van deze tweet opgeeft. Hoewel helder uitgelegd, zal dit voor sommige bezoekers toch een drempel opwerpen om ook daadwerkelijk een tweet te verzenden. Het ‘liken’ of volgen is daarentegen weer eenvoudig opgezet.

Deelnemers kunnen met de verschillende acties punten verdien, hoe meer punten hoe groter de winkans. Het aantal punten kun je zelf instellen.
Op die manier kun je het doel dat je wilt bereiken beter sturen.

De tool richt zich in eerste instantie op blogs en bloggers. Je plaatst de “giveaway” door het opnemen van een html-code. De code werkt ook in WordPress en is op Facebook zelf te plaatsen. Voor bedrijven en meer professionelere websites is het ook mogelijk een  ‘whitelable’ te maken. De kosten van deze laatste optie zijn 99$ per “giveaway”.

Ondanks dat Rafflecopter.com ook enkele nadelen kent, wilde ik het toch eens gaan proberen. Ik heb een winactie geplaatst op de website Webvrouw. Ik ben benieuwd of het werkt en wat de response is. De winactie loopt nog de hele maand oktober. De instructies heb ik ook in het Nederlands onder de tool geplaatst.