Wat kunnen we uit Rusland halen?

Laatst las ik in de Nieuwsbrief van ICT-Kring Delft dat er binnenkort een delegatie van Russische en Wit-Russische ICT-bedrijven naar Nederland komt. Op 23 november zal er in Den Haag een matchmaking event plaats vinden met Nederlandse ICT-bedrijven. Meer informatie is te vinden op http://www.handelsbevordering.nl/activiteiten/4/2/758. Interessant vond ik dat Yandex ook aanwezig is. Zo veel we horen over Google, zo weinig horen we over Yandex. Toch behoort Yandex tot de vijf grootste zoekmachines ter wereld. Omdat Yandex zich vooral richt op Rusland, Oekraïne, Kazachstan, Wit-Rusland en Turkije, is er zelfs geen Nederlandstalige pagina over Yandex te vinden op Wikipedia.

Yandex heeft vast andere technieken en kan daarom leerzaam zijn in het uitdenken van content- en SEO-strategieën. Zelf ben ik er ook gewoon te vinden http://www.yandex.com/yandsearch?text=bass%20jobsen, waarbij bijvoorbeeld opvalt dat er een hoge score is voor comments en andere zaken waar mijn naam aan verbonden is. Duidelijk andere resultaten dan een zelfde zoekopdracht bij Google geeft.

Misschien moet ik eens een pagina in het Russisch maken, zoals ik eerder al eens deed in het Chinees.

Verder biedt Yandex ook nog andere diensten. Ook dat kan interessant zijn. @JellevanderBij ontdekte er vast al één: Yandex Metrica. Yandex Metrica is een websitestatistiekendienst. Yandex Metrica biedt ook gratis de mogelijkheid een on-page-analyse uit te voeren. Lees meer hierover op: On Page Analyse met de gratis tool: Yandex Metrica. Voor Yandex Metrica is ook een (beperkte) WordPress plugin beschikbaar.

Personal branding en Google+

Vandaag reageerde ik op een interessant gastblog over gastbloggen van @slagter. (Gast)bloggen past natuurlijk uitstekend bij personal branding. Personal branding is het zichtbaar maken van je naam en kennis, of misschien beter gezegd het koppelen daarvan. Bij het stukje over gastbloggen moest ik ook meteen weer denken aan de blog, die ik eerder schreef over Google authorship.
Of je wilt of niet Google+ is en wordt belangrijk in het kader van personal branding. Voor organisaties en websites is dat ook belangrijk omdat de som van de branding van medewerkers, gastbloggers en andere contentschrijvers, weer een bijdrage zal leveren aan de totale branding.

Je Google+ pagina vormt op dit moment een belangrijk onderdeel van je persoonlijke online zichtbaarheid. Het koppelt je content niet alleen aan je Google+ pagina, maar indirect ook aan andere sociale netwerken. Dergelijke koppelingen zullen de komende tijd alleen maar complexer worden. Niet alleen Google, maar ook andere bedrijven willen weten wie jij bent. Door een koppeling te maken met alles wat jij publiceert kan bijvoorbeeld Linkedin bepalen of jouw profiel wel overeenstemt met je tweets. Zoals twitter ook zelf al zegt: “Think before Tweeting“. (en dat geldt niet alleen voor kinderen!)

Met Google als meest gebruikte zoekmachine, is je Google+ pagina dus voorlopig een belangrijke verbinding in je online zichtbaarheid. Wie positief  gevonden wil blijven worden en zijn kennis online zichtbaar wil maken, zal dus ook de nodige aandacht aan zijn Google+ pagina moeten schenken. Belangrijk daarin zijn op dit moment volgens mij:

  • Actualiteit; plaats regelmatig een update
  • Koppeling van content; Google Authorship
  • Consistentie; zorg dat je profiel inhoudelijk in overeenstemming is met je andere profielen
  • Het opbouwen van een netwerk (volgers, circles)

Op de langere termijn is het goed om na te denken over je doelgroep en het gebruik. Wie volgt jou op Google+, wat verwachten zij daar van jou en hoe gebruiken zijn Google+ zelf. Pas als je dat goed in kaart hebt gebracht kun je beter bepalen, wie je zelf zou moeten volgen en welke statussen je (per cirlce) post. Vanuit de huidige situatie zie ik bijvoorbeeld dat er een relatief grote overlap is tussen mijn volgers op Google+ en die op Linkedin. Slechts een gering aantal van die mensen volgt mij ook op twitter. Wat ik tweet, plaats ik daarom ook niet automatisch met de zelfde strekking op Linkedin en visa versa. Zo plaats ik op Linkedin projecten waar ik aan werk en ga ik op twitter meer in op technische details van een project. Herkenbaarheid, zoals bijvoorbeeld overal dezelfde profielfoto gebruiken, vind ik wel belangrijk.

Uiteindelijk verwacht ik dat de “Google’s” zelf de onderliggende koppelingen wel zullen leggen. Als ontwikkelaar is het verder wachten op koppelingen die ook openbaar, bijvoorbeeld via een API beschikbaar zijn. Interessant is bijvoorbeeld om de waarde van een comment te bepalen op basis van wat iemand eerder schreef. Ook dergelijke koppelingen die personen autoriteit op een bepaald gebied verlenen zullen er aan komen.

Onlangs postte ik bijvoorbeeld een comment op http://wpsitebouw.nl/wordpress-plugin-voor-de-cookie-wet/ mijn comment werd daar automatisch gekoppeld aan de blog die ik schreef op Jamedo Websites. In dit geval wordt de koppeling gelegd via CommentLuv. CommentLuv is een plugin voor WordPress. De Plugin koppelt comments aan twitter en keywords. En indirect blijkbaar ook aan Google+.

Het vak van de webbouwer en online marketeer wordt steeds leuker en uitdagender!

“Het vak van de webbouwer en online marketeer wordt in ieder geval steeds leuker en uitdagender!” dat schreef @qtag_qrcode in een reactie op het artikel    Responsive design, development en content in één flexibele aanpak. Inderdaad refereert hij daarbij terecht aan: 60% van internetverkeer is mobiel (zie het CBS persbericht van 23 oktober). Voor webbouwers is dit inderdaad een uitdaging. Of het ook leuker en uitdagender wordt, browsers, schermresoluties ondersteunen doen we al sinds we websites bouwen.

De benadering van content first is wel nieuw en interessant. En ik zou zeggen uiteraard kunnen we daarbij niet meer zonder de ‘responsive gedachte’. De meeste webbouwers denken bij responsive toch steeds aan de CSS3 media queries. Wat mij betreft zou het (weer) meer de breedte in mogen.

Uitgaande van CSS3 media queries geeft @nielsvanmidden ook als reactie op het bovengenoemde artikel een mooi overzicht van breekpunten. Een breekpunt is een minimale of maximale schermbreedte waarop je de weergave van je site aanpast. Je kunt dat heel strict toepassen, waarbij je je aandacht vooral richt op het device; bijvoorbeeld … pixels breed is een tablet in landscape mode. Een meer flexibelere aanpak wordt voorgesteld in Responsive Design: Why You’re Doing It Wrong. In dat artikel wordt voorgesteld je breekpunten te bepalen op wat je ziet in de browser(s) naarmate je het window verkleint of vergroot. Daarbij wordt dan ook meteen weer aandacht gevraagd voor de ondersteuning voor verschillende browsers. Microsoft ondersteunt media queries bijvoorbeeld pas vanaf IE9.

Hoe je uiteindelijk je breekpunten ook samenstelt in beide benaderingen kun je werken van klein naar groot of andersom. Per breekpunt kan ook de content aangepast worden. Verschillende breekpunten zullen vragen om het weglaten, toevoegen of herpositioneren van content. De contentkeuze wordt moeilijker bij een responsive benadering vanuit schermbreedte i.p.v. het soort device. Want zoals in 11 Reasons Why Responsive Design Isn’t That Cool! (punt 10) wordt aangegeven is het soort apparaat vaak bepalend in de behoefte van de gebruiker. De andere 10 genoemde redenen mogen ook niet onderschat worden. Schalen van plaatjes, elementen verbergen op basis van media queries optimaliseren de laadtijd van de website niet. De laadtijd, juist ook voor de mobiele gebruiker zo belangrijk, wordt overbodig lang doordat onnodige en onnodig grote bestanden geladen worden.

Voor een goede gebruikerservaring lijkt de inzet van media queries op termijn dan ook niet toereikend. Alternatief om toch weer aan de serverkant aan de slag te gaan. Mensen die met WordPress werken zouden bijvoorbeeld eens naar de wp_is_mobile()  functie kunnen kijken. Daarmee is het mogelijk om aan de serverkant vast content te schalen, tonen of juist niet tonen. Ook dit past prima in een content en / of mobile first benadering. Het combineren van client- en serveroplossingen vormt mogelijk een goed compromis tussen een losstaande mobiele website en een volledig op media queries gebaseerde responsive website.

Ook Jamedo Websites bouwt nu, mede op mijn advies, responsive designs op basis van media queries. Dat was reden genoeg om deze benadering nog eens kritsich te bekijken. En hoe ziet jouw website er eigenlijk uit op een mobiele telefoon of tablet? Via Responsinator.com kun je hiervan snel een goede indruk krijgen.

 

Standaardisering van WordPress theme ontwikkeling

Jamedo Websites ontwikkelt voor haar klanten websites in WordPress. Ook biedt Jamedo Websites webdesigners de mogelijkheid om hun ontwerpen, white labelled te laten uitvoeren en beheren. WordPress wordt hier ingezet als content management systeem. Voor de opmaak van een website met WordPress wordt gebruik gemaakt van een zgn. theme. Een theme is gescheiden van de rest van de code. Er is echter geen stricte scheiding tussen code en design. Ook in een theme kan PHP worden gebruikt. Qua beveiliging vormt dit laatste een extra risico.

De gekozen opzet van WordPress maakt het mogelijk themes onafhankelijk te ontwikkelen. Binnen een bestaande WordPress installatie kan zonder verdere wijziging van content of functionaliteit een andere theme worden gebruikt. In de praktijk ondersteunen niet alle themes dezelfde functies en kunnen bij het wisselen toch functionaliteiten verloren gaan.

Voor haar klanten ontwikkelt Jamedo Websites op basis van het gewenst ontwerp dus ook steeds een uniek theme. Om een theme te ontwikkelen worden steeds een aantal stappen doorlopen. Deze stappen zijn steeds hetzelfde. De verschillende stappen kunnen door verschillende mensen worden uitgevoerd. Door het proces te standaardiseren, kunnen designers, slicers en programmeurs beter samenwerken. Tevens wordt de gebruikte code van de theme herbruikbaar, wat in de eerste plaats de kosten drukt en in de tweede plaats zorgt dat het werk makkelijker over te dragen is.

Aan mij de opdracht om een voorstel te doen voor deze standaardisering

Het proces

De meeste websites beginnen met een interaction design. Op basis van het interaction design levert een ontwerper een ontwerp voor de website. Ontwerpen worden in 90% van de gevallen aangeleverd in Photoshop (.psd) bestanden. De volgende stap is basing / slicing. In deze stap wordt het ontwerp omgezet naar geldige html-code. Jamedo Websites levert al haar projecten responsive op. Dit wil zeggen dat de website werkt op een PC, tablet en mobiele telefoon, zonder verlies van functionaliteit. Vanwege de responsiviteit wordt de html-code opgeleverd in html5 met css3. Op basis van de geleverde html-code wordt vervolgens een WordPress theme gemaakt. Deze stappen worden uitgevoerd door verschillende mensen. Per stap kan nu gekeken worden volgens welke standaards gewerkt kan worden en hoe deze stappen het beste op elkaar kunnen worden aangesloten.

Basiselementen
Voor de eerste twee stappen, het interactie design en het websiteontwerp heb ik in kaart gebracht welke onderdelen voor elke website ontworpen moeten worden. Dat zijn de volgende onderdelen:

  • voorpagina
    • twitterfeed
  • subpagina met tekst (full)
    • social media buttons
  • pagina met twee kolommen
  • pagina met drie kolommen
  • contactformulier
  • reactieformulier / reacties
  • form elementen; textarea, radio buttons, checkboxes, select boxes, buttons
  • tekst elementen; h1 t/m h9 headers, strong, emphasized, paragraaf, quote, code

Uiteraard hebben alle pagina’s een header, footer en een content deel. Naast de basiselementen levert de designer ook een klantspecifiek ontwerp op, wat per definitie niet alle basiselementen hoeft te bevatten.

Standaardisering van de html- en css-code

Ook voor responsive design zijn er inmiddels diverse frameworks die direct kunnen worden ingezet als basis. Enkele voorbeelden zijn Gumby Framework en Yaml. De laatste tijd is op dit gebied ook de Twitter Bootstrap CSS framework sterk in opkomst. De keuze voor een vast framework en grid, zal ook de interactie- en webdesigner helpen. Het Grid vormt dan immers ook de basis voor het ontwerp.

Het ontwikkelen van het theme

De juiste manier om themes te ontwikkelen is het creëren van een zgn. child theme op basis van je basis of parent theme. Dit stelt je in staat de basisfuncties te updaten zonder dat je eigen code overschreven wordt. Zoals ik eerder al aangaf, heeft het opnemen van PHP code in de themes risico’s. Een goed opgezet theme structuur zorgt ervoor dat je code uptodate blijft en eventuele security problemen doeltreffend kunnen worden opgelost. Lees ook: Blogging Pitfalls: Why You Should Update Your Themes (and Use Child Themes)

Eindconclusie

Mijn advies aan Jamedo Websites is een css framework te kiezen en op basis daarvan een parent theme te ontwikkelen. In plaats daarvan zou eventueel ook een bestaand parent theme gekozen kunnen worden. Goede kandidaten lijken dan XXtreme theme (op basis van yaml) of WordPress Bootstrap (op basis van Twitter Bootstrap). De juiste keuze wordt gemaakt in overleg met de verschillende ontwikkelaars en designers. Mijn persoonlijke voorkeur gaat uit naar de Twitter Bootstrap. WordPress Bootstrap is op zijn beurt weer afhankelijk van het Bones theme framework. Om een te grote afhankelijkheid te voorkomen lijkt het daarom tevens verstandig het basis theme zelf te ontwikkelen en onderhouden.

Bij een keuze voor Twitter Bootstrap kan nog gekeken worden naar WordPress Twitter Bootstrap CSS. Deze plugin kan helpen reeds ontwikkelde projecten sneller naar de standaard te brengen.

Ondanks de standaardisering blijft het belangrijk hierin flexibel te blijven. Het gehele proces dient continu geëvalueerd en verbeterd te worden. Zo is het belangrijk bijvoorbeeld de eerder genoemde basislijst van elementen, actueel te houden. Blijkt achteraf voor een klant iets te missen, kijk dan of het niet bij de basiselementen hoort en andersom wordt er nooit een twitterfeed gevraagd schrap deze dan.

Hoe effectief is jouw website nou eigenlijk?

Goed je hebt dus een website? Wat is je doel? De meeste websites komen er niet vanzelf een website kost een hoop tijd en energie. Iedereen heeft zo zijn eigen idee van wat mooi, dan wel goed of doeltreffend is. De meeste bedrijven en website-eigenaren zijn trots op hun website. Dit laatste heeft vaak te maken met eigen inbreng en geleverde inspanning om het voor elkaar te krijgen. De volgende stap is het bereiken van de doelen. Wat moet jouw website doen? Informeren of juist verkopen? Waar komen de bezoekers vandaan en betaal je daar dan voor (advertenties)?

Is je website eenmaal online, dan is het erg moeilijk zo niet onmogelijk, om zelf nog objectief te oordelen of deze nou echt zo goed is. Waarom schrijft niemand zich in voor je nieuwsbrief? Of juist wel? Genoeg bezoekers op je webshop, maar slechts een enkeling die wat koopt. Is de eerste indruk wel / niet goed en zijn de trechters vervolgens duidelijk te volgen. Met een trechter bedoel ik een gewenste klikrichting die de bezoeker zou moeten volgen. Je wilt bijvoorbeeld dat een bezoeker na het lezen van je nieuwsbericht geïnteresseerd geraakt is in de diensten die jij aanbiedt. De bezoeker zou dus van het nieuwsbericht naar je dienstenpagina moeten klikken. En op de dienstenpagina is het dan vervolgens gewenst, dat de bezoeker naar de contactpagina gaat. Een bookmark maken of zich inschrijven voor de nieuwsbrief zouden ook nog gewenste acties op de dienstenpagina kunnen zijn.

Meten is ook hier weten

Veel van de hierboven besproken zaken zijn objectief meetbaar. Bijvoorbeeld Google Analytics kan hier goed voor gebruikt worden. Trechters en bezoekersstromen kunnen bekeken worden. Vervolgens kunnen verbeteringen aangebracht worden. Lees hierover bijvoorbeeld eens “Google Analytics: bezoekersstroom en een hogere doelconversie“. Belangrijk is om bijvoorbeeld eens te kijken naar de bounce-rate. De bounce-rate geeft aan hoeveel procent van de bezoekers de pagina verlaat zonder nog een andere pagina te bekijken. Voor een gemiddelde website kan de bounce-rate tot 50% oplopen, zonder dat er direct iets mis hoeft te zijn. Bij hogere bounce-rates is het goed om eens nader te kijken wat de oorzaak is. De bounce-rate wordt vaak in verband gebracht met ‘de eerste indruk’. Een bezoeker die meteen wegklikt, zal ook niet snel terugkomen. Interpretatie van dergelijke cijfers blijft altijd moeilijk. In sommige gevallen kan een hoge bounce-rate juist positief zijn. Je doel van de betreffende pagina was de bezoeker naar een andere website te sturen, bijvoorbeeld de website van een congres waar je aan deelneemt. Of de bezoeker had een duidelijke vraag, die op jouw pagina direct beantwoord was. Al was het in het laatste geval misschien toch gewenst dat er op enige wijze interactie was opgetreden.

Website- of paginaverlatingen hebben veel gemeen met de bounce-rate. De bezoeker verlaat je website. Het meten van en het sturen op verlatingen is vooral van belang binnen de gedefinieerde trechters (gewenste bezoekersstromen). Hoeveel procent van de bezoekers besluit je website te verlaten na het bekijken van je portfolio? Vergeet in dit specifieke geval niet dat je mogelijk verwijst naar externe websites. In het geval van een webshop, hoeveel bezoekers zetten iets in het winkelmandje en verlaten alsnog de website zonder iets te kopen? En hoe komt dat dan? Is de betaalmethode niet duidelijk of zijn je (verborgen) verzendkosten misschien te hoog. Al dit soort vragen kun je proberen op te lossen met de statistieken. Jamedo Websites adviseert verder te kijken naar percentage nieuwe bezoekers en hun specifieke gedrag. Ook de gemiddelde bezoektijd en het aantal pagina’s dat per sessie bezocht wordt is belangrijk. Omdat Jamedo Websites websites responsive websites oplevert worden de laatste twee ook geanalyseerd op verschillen tussen mobiel en vast verkeer. Bounce-rates en websiteverlatingen kunnen natuurlijk ook op deze manier bekeken worden.

Een objectief advies

Wie continue zit te meten en sturen, blijft het risico lopen dingen over het hoofd te zien. Dingen die je niet wilt en kan zien, omdat je naar je eigen website kijkt. Je zult je eigen website nooit zien door de ogen van een willekeurige bezoeker. De beste oplossing is dan iemand anders objectief naar je website laten kijken. Diverse bureaus bieden een scan van je website aan. Voor een scan moet je in de meeste gevallen betalen, maar dat geld zul je al snel terugverdienen.

Klantmagneet Website Scan

De Klantmagneet Website Scan is een product van Sabriye Dubrie (Your key to Succes). Deze scan kost 150 euro. Je website wordt o.a. geëvalueerd op de volgende punten: Social media integratie, Design, Marketing, Gebruikersvriendelijkheid en Zoekmachine optimalisatie en smartphone en Tablet compatibiliteit. Het betreft hier echt een persoonlijk advies op maat. Na het afronden van de scan krijg je namelijk een telefonisch adviesgesprek. Your key to Succes richt zich in eerste instantie op vrouwelijke internetonderneemsters. Mannelijke ondernemers zijn ook van harte welkom. Overigens is het hier ook mogelijk een gratis scan te winnen.
http://www.yourkeytosucces.nl/products-page/online-marketing/klantmagneet-website-scan/

Een review door Yoast

Yoast (Joost de Valk) o.a. bekend van de populaire en zeer doeltreffende SEO plugin voor WordPress kan een review van je website maken. Deze review oordeelt de Usability, SEO, snelheid en conversie van je website. Je krijgt niet alleen een rapport, maar ook een plan van aanpak waar je ontwikkelaar direct mee aan de slag kan. Een review kost 595 euro. Voor dat geld krijg je tips van twee van Nederlands grootste website-experts. De Valk maakt de review namelijk persoonlijk en werkt daarbij samen met Michiel Heijmans. Een van de eerste bloggers in Nederland en al meer dan 10 jaar expert in online marketing.
http://yoast.com/hire-us/website-review/

Gratis website scan

Web Match biedt een gratis scan. De scan kan via telefoon of skype besproken worden. Na de scan ontvang je een advies rapportage met opmerkingen en aanbevelingen. De scan van Web Match richt zich vooral op SEO (zoekmachine optimalisatie) en conversie. Speciale aandacht voor het goed functioneren van het contactformulier. Aanvullend op de gratis scan maakt Web Match voor slechts 250 euro eventueel ook een handgemaakt rapport met aandacht voor design, structuur, html, seo, conversie en bezoekersvriendelijkheid.
https://www.web-match.nl/diensten/internet-marketing/gratis-website-scan/

Geef je product eens weg

Je product promoten door het weg te geven, kan veel aandacht opleveren. Je kunt natuurlijk een prijsvraag uitschrijven of iets anders verzinnen. In het kader van social media zien we vaak dat het  ‘liken’ van een Facebookpagina of het volgen op Twitter beloond wordt.

Rafflecopter.com heeft hier een mooie tool voor gebouwd. Deze social media prijsvraag kan op elke website geplaatst worden. Geef aan wat je wilt weggeven, hoe lang de actie duurt en wat men moet doen. Mogelijke acties zijn volgen op twitter, ‘liken’ (leuk vinden) van de Facebookpagina. Ook het versturen van een tweet (twitterbericht) waarin de actie zelf gepromoot wordt, behoort te de opties. Laatste wakkert het viral effect van de social media natuurlijk lekker aan. Zelf een actie of vraag toevoegen behoort ook tot de mogelijkheden.

Rafflecopter.com is gratis te gebruiken. Grootste nadeel is dat de gehele interface in het Engels is. In verband met de verificatie, zijn sommige acties misschien ook (te) complex geworden. Na het versturen van een tweet, is het de bedoeling dat de URL van deze tweet opgeeft. Hoewel helder uitgelegd, zal dit voor sommige bezoekers toch een drempel opwerpen om ook daadwerkelijk een tweet te verzenden. Het ‘liken’ of volgen is daarentegen weer eenvoudig opgezet.

Deelnemers kunnen met de verschillende acties punten verdien, hoe meer punten hoe groter de winkans. Het aantal punten kun je zelf instellen.
Op die manier kun je het doel dat je wilt bereiken beter sturen.

De tool richt zich in eerste instantie op blogs en bloggers. Je plaatst de “giveaway” door het opnemen van een html-code. De code werkt ook in WordPress en is op Facebook zelf te plaatsen. Voor bedrijven en meer professionelere websites is het ook mogelijk een  ‘whitelable’ te maken. De kosten van deze laatste optie zijn 99$ per “giveaway”.

Ondanks dat Rafflecopter.com ook enkele nadelen kent, wilde ik het toch eens gaan proberen. Ik heb een winactie geplaatst op de website Webvrouw. Ik ben benieuwd of het werkt en wat de response is. De winactie loopt nog de hele maand oktober. De instructies heb ik ook in het Nederlands onder de tool geplaatst.

Spammers, bots en alle andere ongewenste gasten

Voor de website jongerenchat.nl heb ik onlangs Buddypress geïnstalleerd. Buddypress is een plugin die je helpt het het opbouwen en onderhouden van een online community. Buddypress verving voor deze website de profielensoftware van opensourcecms.eu. Deze profielensoftware wordt nog wel gebruikt op KinderChat. Beide chatsites gebruiken nu ook de chatsoftware van 123flashchat.com, dat was eerder CometChat. 123flashchat.com ondersteunt, in tegenstelling van wat de naam doet vermoeden, tegenwoordig ook html5.

Buddypress heeft veel opties en dat maakt het opbouwen van een community gemakkelijker. Het is software die veel gebruikt wordt, of eigenlijk is het natuurlijk WordPress dat veel gebruikt wordt. Het veelvuldig gebruik heeft zeker met het vrij beschikbaar zijn van de source ook nadelen. Na de installatie ontstond een ware stroom van ‘fake’ gebruikers.

Deze ongewenste registraties wil ik natuurlijk zo veel mogelijk voorkomen. Best Practices for Preventing BuddyPress Spam User Registrations geeft een mooie opsomming van de mogelijkheden hiervoor.
Het eerste wat ik aangepakt heb is het installeren van een Captcha. Binnen WordPress zijn diverse plugins beschikbaar die dit kunnen regelen. Niet alle Captcha zijn gratis, dat hoeft ook niet. Belangrijkste vond ik de gebruikersvriendelijkheid. Een voor de hand liggende optie leek bijvoorbeeld de BuddyPress reCAPTCHA plugin.
Deze plugin gebruikt de Google reCAPTCHA Service. Bijna iedereen kent deze Captcha-methode ondertussen, wat een belangrijk pluspunt had kunnen zijn. Persoonlijk vind ik deze Captcha’s eigenlijk altijd te ingewikkeld, en ik ben toch echt een mens. Er zijn altijd wel een paar letters die ik moeilijk kan lezen bovendien is de tekst die je moet intypen altijd vrij lang, voor ik begin met typen heb ik meestal al verschillende keren gerefreshed. Ik typ pas als ik alle lettters denk te herkennen en dan nog vaak heb ik het fout.

De Sweet Captcha plugin leek mij een leuk alternatief, niet te ingewikkeld en niet vervelend om uit te voeren. Na installatie bleek deze plugin echter niet te werken. De afbeeldingen werden niet getoond. Bovendien zorgen een andere bug er voor dat de captach ook bij het inlogformulier kwam te staan terwijl ik dit in de instellingen toch anders had ik ingesteld.
Het niet werken van de plugin gaf mij ook nog een ander probleem. Want om weer in te kunnen loggen in het WordPress dashboard moest ik nu ook zelf een captcha opgeven, ik had uitgelogd om het registeren te kunnen testen. Gezien er geen afbeelding was, kon ik dus niet meer inloggen.

Via Quickly Disable or Enable All WordPress Plugins via the Database kon ik achterhalen hoe ik de plugin via de database kon uitschakelen.
De string die in de database wordt opgeslagen onder active_plugins (tabel wp_options) ziet er ongeveer als volgt uit:

a:3:{i:0;s:13:"AddMySite.php";i:1;s:19:"akismet/akismet.php";i:2;s:23:"all_in_one_seo_pack.php"}

a:3 (een array) geeft het aantal plugins aan. i (int) is de index, die start bij 0. Na de index volgt de naam van de plugin, voorafgegaan door s:{getal}, waarbij s staat voor string en het getal aangeeft hoeveel letters de naam van de plugin telt. Naam is misschien niet helemaal juist gezegd, feitelijk is het een bestandsnaam van een php-file die bij de plugin behoort.
Om een plugin uit te schakelen, verwijder je de index en de string allebei. Zou ik bijvoorbeeld in het bovenstaande voorbeeld Akismet willen uitschakelen, dan verwijder ik het stukje i:1;s:19:"akismet/akismet.php";
Alle indeces na de verwijdering moeten hernummerd worden, ook de lengte van de array moet worden aangepast. Na het uitschakkelen van Akismet staat in het veld dus nog:

a:2:{i:0;s:13:"AddMySite.php";i:1;s:23:"all_in_one_seo_pack.php"}

Uiteindelijk is het dan de SI CAPTCHA Anti-Spam plugin geworden. Blijft jammer van die Sweet Captcha plugin, misschien later nog eens bekijken. Nu eerst maar eens zien hoe effectief SI CAPTCHA Anti-Spam is in het tegenhouden van al die spammers, bots en alle andere ongewenste gasten.